Het Van der Zee Idee bracht de Spiegeltent tot leven...

De wedergeboorte van de Spiegeltent 

Rond 1900, midden in de Belle Epoque, bereikt het Belgische kermisleven een hoogtepunt met de komst van spectaculaire attracties, zoals de cinematograaf, de fonograaf en anatomische wonderen. De grote kunst voor de kermisexploitant is vanouds het -tegen betaling- naar binnen lokken van zijn klanten. 

Bij de cinematograaf gaat dat fantastisch: achter opvallend beschilderde façades en een entree met kassa bevinden zich 'tentbarakken' waar de voorstelling gegeven wordt. De exploitanten van de open stoomcarrousels zien de succesformule van de besloten cinematograaf en plaatsen hun dansorgels in gesloten ronde 'kiosktenten' van gemiddeld 16 meter doorsnede, met opvallend beschilderde façades en een entree met kassa...

De danssalon is geboren. Een uniek fenomeen, dat wellicht door het vlakke Vlaanderenland in vorm en stijl nergens in de wereld zijn gelijke heeft gevonden heeft.

Verval en einde van een glorietijd


Tot 1925 zet de glorietijd van het Belgische kermisleven zich ook voor de danssalon-exploitanten voort.Maar dan komt met de crisisjaren een verval, dat tot na de tweede wereldoorlog zal voortduren.

In de zestiger jaren komt met popmuziek en de publieksvoorkeur voor disco's zelfs een definitief einde aan de interesse voor de authentieke danssalons en dansorgels. Alleen in enkele kleine Belgische provincieplaatsen, waar de turbulente wereldontwikkeling van show en geluidsversterking niet lijkt te hebben plaatsgevonden, reist in die tijd met gammele wagens en verouderd materiaal nog een tweetal kermisfamilies met 'dancings' of danstenten, die moeite hebben om het hoofd boven water te houden. Veel danssalons gaan verloren of worden als interieur voor toonzalen gebruikt.