De wedergeboorte van de Spiegeltent
Rond 1900, midden in de Belle Epoque, bereikt het Belgische kermisleven een hoogtepunt met de komst van spectaculaire attracties, zoals de cinematograaf, de fonograaf en anatomische wonderen. De grote kunst voor de kermisexploitant is vanouds het -tegen betaling- naar binnen lokken van zijn klanten. Bij de cinematograaf gaat dat fantastisch: achter opvallend beschilderde façades en een entree met kassa bevinden zich 'tentbarakken' waar de voorstelling gegeven wordt. De exploitanten van de open stoomcarrousels zien de succesformule van de besloten cinematograaf en plaatsen hun dansorgels in gesloten ronde 'kiosktenten' van gemiddeld 16 meter doorsnede, met opvallend beschilderde façades en een entree met kassa... De danssalon is geboren. Een uniek fenomeen, dat wellicht door het vlakke Vlaanderenland in vorm en stijl nergens in de wereld zijn gelijke heeft gevonden heeft. Verval
en einde van een glorietijd
Foto: Jazztrompetist Jelle van der Zee en zijn Utrechtse tentmeester Kees Eijrond in hun Famous Spiegeltent (1979) Traditie herleeft met ‘De Spiegeltent’ In 1979 koopt de Nederlander Jelle van der Zee uit een boedel een lang niet gebruikte, uit 1920 daterende, Belgische danssalon zonder dansorgel, met een ronde zaal-doorsnede van 19 meter. Te groot voor kermissen, maar met z¹n flinke vloeroppervlakte uitstekend geschikt voor muziek- en kleine theater-voorstellingen. Na een grondige restauratie presenteert Van der Zee zijn danssalon in 1980 onder de naam ‘De Spiegeltent’ op het grote internationale Festival of Fools in Amsterdam. Duizenden festivalbezoekers van de naoorlogse vrijheid-blijheid-generatie uit heel Europa ontdekken De Spiegeltent als luisterrijke ambiance voor ontmoeting, cultuur en drank. Unieke attractie De Spiegeltent verovert Nederland en Europa. Alle grote cultuurfestivals willen ‘The Famous Spiegeltent’ als ‘talk of the town’ met een informele sfeer tot in de kleine uurtjes. De belangstelling voor de nog bestaande kleinere danssalons groeit weer en zelfs de laatste Belgische exploitanten moeten hun voor lokaal gebruik bedoelde oude wagenpark vervangen om eerst in Nederland, maar later ook in Duitsland, Engeland, Frankrijk en zelfs buiten Europa hun danssalons voor cultuurfestivals op te bouwen. Zo reizen er nu weer een tiental, al of niet originele danssalons door de wereld. De danssalon, eens dé ontmoetingsplaats op alle Belgische kermissen, herleeft nu, dankzij het Nederlandse initiatief voor wederopstanding, als unieke attractie op het volksfeest van deze tijd: het cultuurfestival! Bron: o.a. Centrum Kunst en Cultuur in Gent, België |